Maart 2013

Lopen was heel gewoon

Dorpshuis De Leeuw
Dorpshuis De Leeuw

“Ik woon nu op nummer 7, maar als kind kwam ik met mijn ouders vanuit Bedum op nummer 9 wonen. Deze huisnummers bestonden toen nog niet. Mijn ouders zijn vaak met mij in de kinderwagen van Bedum naar Garmerwolde gelopen op bezoek bij mijn grootouders. Lopen was heel gewoon; we hadden geen auto of fiets. Ik liep vroeger van Zevenhuisjes langs de Rijksweg naar de school. Er was geen fietspad. En een fiets kreeg ik pas toen ik negen was. In de zomer ging ik wel dwars door het veld naar het dorp, dat ging sneller.

De school staat nog steeds op dezelfde plaats in het dorp. Maar er is wel veel veranderd. De Rijksweg zoals die er nu ligt, – achter de huizen langs – is er pas in de jaren 30 gekomen. Op de plek waar nu de Rijksweg loopt en de Dorpsweg kruist,

heeft het huis van de familie Dolfijn gestaan. Dat is afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe weg. De familie Dolfijn heeft een nieuw huis laten bouwen aan de Oude Rijksweg, de laatste van de rij bij de vaste brug over het Damsterdiep.

Ik weet nog hoe mijn nicht Hilda (Witholt) en ik lopende van mijn huis naar nu de Oude Rijksweg gingen naar bakker Wol- dendorp. Die had zijn bakkerij met winkel in wat nu het dorpshuis is. Deze bakker was ook kruidenier en had daarnaast een

vergunning voor drogisterij-artikelen. Verder was er een café. Bakker Jo Woldendorp werd ook wel Jo Kit genoemd, naar zijn bakkerswagen met kit (of ked, een klein soort paard). Voor mijn grootvader moesten we bij de drogist kinine-pillen ophalen. Die zaten in een rond kartonnen doosje. Mijn nicht Hilda kende die pillen niet. Ze dacht dat het konijnenpillen waren (vanuit het Gronings voor konijn ‘knien’n’).

Een wandeling over de Rijksweg was helemaal niet gevaarlijk. We konden gewoon op de rijweg lopen. Auto’s waren er nauwelijks, er waren wat fietsen en motoren, soms een koets. Als je nu vanuit mijn woonkamer naar de Rijksweg voor mijn huis kijkt, zie je de weg hoog liggen. Bij het asfalteren komt er steeds weer een laagje bovenop. Het Damsterdiep erachter is nauwelijks meer te zien. Deze winter zag ik alleen de mutsen van de schaatsers langs komen. Dat was vroeger heel anders: de weg lag veel lager waardoor je een heel mooi uitzicht had op het water van het Damsterdiep en over de landerijen daarachter.

Mijn vader kweekte groenten op de tuin. Die ventte hij in de stad Groningen uit. Dat deed hij met een groentewagen en een kit. Ik moest na schooltijd vaak meehelpen op de tuin en toen ik eenmaal een fiets had, bestellingen rondbrengen.

Mijn grootvader was brandmeester op de steenfabriek. Die stond op de plek waar nu de Albert Heijn staat. Ik ging vaak met hem mee. Ook speelde ik veel met vriendinnetjes bij de kalkovens. Maar daarover een volgende keer meer.”

Deel deze pagina...
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *