Van oude spullen…

…en dingen die voorbij gaan

Lies Schaaphok vertelt

‘Ik verzamel al mijn hele leven. Spulletjes die mij op de een of andere manier aanspreken. Zo heb ik heel veel glazen of kristallen kleine flesjes met stoppen of een zilver(kleurig) deksel. Hier op tafel staan er een paar: links twee suikerstrooiers en een theebusje in het midden. Nu zul je zeggen dat het erg kleine flesjes zijn. Maar vroeger waren suiker en thee erg duur. Dus dat had je niet in grote voorraad. En bij een theevisite staat zo’n sierlijk fles erg chic. Het peper-en-zout-stelletje heb ik van de oude mevrouw Mensinga gekregen, mijn vroegere ‘buurvrouw’. Het flesje midden achter heeft een schroefdopje en een kleine kurk. Dat is het eau-de-cologneflesje van mijn grootmoeder Elizabeth Smit- Louwdijk. Het langwerpige flesje dat vooraan ligt, is volgens mij een flesje uit een toiletgerei, voor een tandenborstel. Maar als iemand denkt dat het iets anders is, hoor ik dat graag.

Ik ging vroeger graag naar antiekmarkten of antiekwinkels in de wijde omtrek. Ook kreeg ik veel van vrienden of bekenden. In het begin deed ik veel op de fiets. Later samen met mijn man op de brommer. Nog weer later kregen we een auto en reisden we de provincie af.‘


‘Mijn vader, Hendrik Smit, schilderde in zijn schaarse vrije uren. Dit schilderijtje maakte hij in 1979. Het is de Juffertoren van Onstwedde. Dit is niet het enige schilderij van mijn vader; hij schilderde wel meer. Ik weet nog dat hij exposeerde in het Provinciehuis in Groningen. Vader was wat kleurenblind. Mijn moeder adviseerde hem met de kleuren.

Mijn vader is in Winschoten geboren en heeft er zijn jeugd doorgebracht. Familie van hem woonde in Onstwedde. Ik heb er vaak gelogeerd. We gingen er op de fiets heen; je was wel een hele dag onderweg. Later is mijn vader voor zijn werk naar Bedum verhuisd. In Winschoten werkte hij ook op de steenfabriek, in Bedum ook en uiteindelijk ook op de steenfabriek van Ruischerbrug. Mijn moeder leerde hij kennen tijdens het uitgaan. Zij is in het huis geboren waar ik nu woon. Zij was dienstmeisje bij de familie Van Huis in Thesinge. Mijn vader heeft ook op de steenfabriek in Appingedam gewerkt. Dan liepen ze begin van de week van Garmerwolde naar Appingedam. Mijn moeder ging ook mee. Ze verbleven dan in een huis in Appingedam waar meer werklui van de fabriek woonden. Mijn moeder zorgde daar dan voor de was. Vrijdags liepen ze weer terug naar huis.’


Dagelijks drinkt Lies Schaaphok versgezette thee uit haar bijna zeventig jaar oude Société Céramique theepot.
Dagelijks drinkt Lies Schaaphok versgezette thee uit haar bijna zeventig jaar oude Société Céramique theepot.

‘Ik ben een echte theedrinker. Deze theepot vond ik in aan het begin van mijn trouwen (maart 1946) bij Zuidema (later Woldring) aan het begin van de Herestraat tegenover het Koude Gat in Groningen. Hij kostte fl 5,95 gulden. Voor die tijd een heel bedrag. Maar ik vond hem zo mooi. En nog steeds geniet ik elke dag van deze theepot. Hij is van echt Société Céramique aardewerk. Die fabriek bestond van 1863 tot 1958 en was gevestigd in Maastricht. Later is het bedrijf gefuseerd met Petrus Regout. Dit model en motief heet tea drinker en dateert uit circa 1900. Op het plaatje zie je een heer en dame aan een elegant tuintafeltje zitten thee te drinken. Heel toepasselijk dus. Het is niet handgeschilderd: het motief is met een transfer – een soort plakplaatje – aangebracht. Dit aardewerk heeft complete serviezen, niet alleen voor thee en koffie maar ook hele eetserviezen met dekschalen en borden. Bij de theepot heb ik later de roze theekop met schotel gevonden. De serviezen bestaan ook met blauwe en groene bedrukking.’


 

Lies Schaaphok laat de houten schrijfkist zien die haar man Jaap helemaal heeft gerestaureerd en van binnen met groen vilt bekleed.
Lies Schaaphok laat de houten schrijfkist zien die haar man Jaap helemaal heeft gerestaureerd en van binnen met groen vilt bekleed.

Ik vond deze kist onderin een kast, verstopt onder oude kranten. Thuis zag ik hoe mooi hij was. Het is een schrijfkist die vroeger mee op reis werd genomen, in de trekschuit, koets of diligence. De klep sla je uit zodat er ruimte is om op te schrijven. Onder de klep is een vak waarin ik allerlei schrijfspullen bewaar, zoals een zilveren inktpot, een ganzenveer, kroontjespennen, inktlappen en een koehoorn. Die droegen moniken vroeger aan hun riem met inkt erin. De inktlap maakte ik vroeger zelf. Ieder jaar als je na de zomervakantie weer naar school ging, maakte je die een stapel lapjes met een knoop in het midden om ze bij elkaar te houden. Dat heb je nu niet meer nodig.’


 

De grote groene fles heeft Lies Schaaphok gekregen van de familie Mensinga.

‘Ik houd erg van glas en kristal. Hoe het licht er doorheen valt en steeds weer een andere kleur geeft. Oud glas vind ik erg mooi. Je ziet hoe het is geblazen en gedraaid. Als het Damsterdiep werd gebaggerd, ging ik altijd op zoek naar voorwerpen. Dit kleine flesje heb ik daar gevonden. Die kleine met de smalle hals heb ik in een antiekwinkel gekocht. Ook een heel oudje. Deze grote groene heb ik van de oude mevrouw Mensinga gekregen. Zij gebruikten hem om koeien een medicijn in het keelgat te laten glijden. Het is stevig glas, rank met een lange, smalle hals en een diepe ziel. Hij staat bij mij in de vensterbank, zodat het licht er mooi doorheen kan spelen.’


 

Lies Schaaphok heeft haar meer dan 75 jaar oude mandoline laten restaureren.
Lies Schaaphok heeft haar meer dan 75 jaar oude mandoline laten restaureren.

‘Mijn vader heeft mij geleerd de mandoline te bespelen. Ik vind het een geweldig instrument. Zijn muziekboek waaruit ik mandoline heb leren spelen heb ik ook nog. Het boek is ouder (1922) dan dat ik ben (1923). Toen ik een jaar of zeventien was, ging ik naar de mandolineclub. Ik mocht van mijn vader zijn mandoline meenemen. Maar helaas ben ik een keer met de fiets gevallen waardoor de mandoline kapot is gegaan; ik hoor nog de krak. Mijn vader vond dat natuurlijk heel erg. Ik kreeg daarom huisarrest. Dat betekende dat ik ook niet naar dansles kon. Jaap (ik had destijds met hem verkering, later ben ik met hem getrouwd) kwam toen met een paar jongens mijn vader vragen of ik toch weer mee naar dansles mocht. Jaap bracht voor mij een andere mandoline mee, van echt palissanderhout. Dat vond mijn vader heel geweldig. De mandoline van mijn vader kon gelukkig weer gerepareerd worden. De mandoline die ik van Jaap heb gekregen is dus inmiddels ruim 75 jaar oud.’

Deel deze pagina...
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone